Een troffelvloer bestaat uit kunsthars en minerale vulstoffen die als mortel worden verdeeld en met spaan of troffel worden verdicht. Het resultaat hangt sterk af van menging, korrelpakket, handwerk en detaillering.
Systeemopbouw
Een troffelsysteem kan een primer of hechtlaag, de eigenlijke mortellaag en eventueel dichtzet- en verzegelingslagen omvatten. De systeemleverancier moet de onderlinge compatibiliteit en het toepassingsgebied vastleggen.
Mengen en verdichten
Verhouding en mengvolgorde van hars, verharder, pigment en toeslag zijn bepalend voor consistentie en uiterlijk. Verdeel de mortel gelijkmatig en verdicht voldoende. Onvolledige verdichting kan holten en ruwe plekken geven; ongelijkmatige spaanslagen kunnen zichtbaar blijven, vooral na dichtzetten of sealen.
Open of dicht oppervlak
Dichtzetten vult open ruimten aan het oppervlak geheel of gedeeltelijk met kunsthars. De keuze beïnvloedt textuur, reinigbaarheid en uiterlijk en moet aansluiten op het gebruik. Een open, ruwer oppervlak vraagt een ander onderhoudsconcept dan een dichtgezet systeem.
Details
Ontwerp beëindigingen, plinten, goten, kolommen, doorvoeren en bewegingsvoegen vooraf. Een relatief stijve mortellaag kan scheuren of beweging uit de ondergrond volgen; onderzoek en behandel de ondergrond daarom als onderdeel van het systeem.
Bronnen en status
- TBA-richtlijn 2.5 – Specificatie en beoordeling van troffelvloeren
- TBA – aanbevelingen en vloerpublicaties
Laatst inhoudelijk gecontroleerd: 8 augustus 2026.
Technische prestaties en laagopbouw moeten met actuele systeemdocumentatie worden onderbouwd; TBA-richtlijn 2.5 behandelt primair esthetische aspecten.