Kleur, korrelbeeld en handmatige verwerking maken iedere siergrindvloer uniek. Met een vastgelegde beoordelingsklasse en referentie wordt duidelijker welke variatie hoort bij het systeem en wanneer sprake is van een gebrek.
Vooraf vastleggen
Spreek korrelgroep, kleur of menging, pigmentering, bindmiddel, textuur, open of dichtgezet oppervlak, eventuele aflak, randen, beëindigingen en zichtbare dagproducties af. Kies een standaard beoordelingsklasse uit TBA-richtlijn 2.6 of leg eisen per aspect vast.
Onvolkomenheden
De richtlijn benoemt onder meer holten, ruwe plekken, ongelijkmatige verdeling, uitstekende delen, spaanslagen, baanpatronen, scheuren, krassen, beëindigingen en tintverschil. De classificatie maakt beoordeling reproduceerbaarder, maar vervangt geen technisch onderzoek naar bijvoorbeeld hechting, stroefheid of reinigbaarheid.
Monster en referentie
Leg vast welke functie een monster heeft en onder welke verlichting en afstand wordt beoordeeld. Natuurlijke of samengestelde granulaten kunnen variëren; een referentie moet daarom worden gebruikt binnen de vooraf overeengekomen toleranties.
Herstel
Plaatselijk herstel kan door verschil in korrel, batch, veroudering, glans of verdichting zichtbaar blijven. Beoordeel vóór herstel of technisch plaatselijk herstel mogelijk is en welke visuele verwachting redelijkerwijs kan worden overeengekomen.
Bronnen en status
- TBA-richtlijn 2.6 – Specificatie en beoordeling van siergrindvloeren, januari 2025
- TBA-Aanbeveling 87 – technische grondslag voor epoxygebonden siergrindvloeren
Laatst inhoudelijk gecontroleerd: 8 augustus 2026.
Gebruik de volledige officiële richtlijn voor beoordelingsklassen, definities en keuringsmethoden.