Een egalisatielaag maakt een vloer vlakker, maar herstelt geen onbekende of instabiele ondergrond. Identificeer daarom eerst materiaal, opbouw, verontreiniging, vocht, sterkte, scheuren en beweging.

Leg de vloerhistorie vast

Verzamel tekeningen, eerdere reparaties, toegepaste curing compounds, onderhoudsmiddelen, lijmen en gebruiksbelasting. Bepaal of oude lagen teerhoudend, asbestverdacht of anderszins gevaarlijk kunnen zijn voordat zij mechanisch worden bewerkt.

Inspecteer systematisch

Maak een raster of plattegrond en noteer scheuren, voegen, holle zones, hoogteverschillen, zachte plekken, verkleuring, olie en zoutuitbloei. Een visuele inspectie is de start, niet het bewijs dat de ondergrond geschikt is. Kies aanvullende proeven op basis van het te installeren systeem.

Eigenschappen en hechting

Beoordeel samenhang en treksterkte op representatieve én verdachte plaatsen wanneer het systeem daarop is aangewezen. Een sterke toplaag boven een zwakke onderlaag blijft een risico. Een proefvlak met de volledige voorbereiding, primer en egalisatie kan hechting en praktische verwerking toetsen, maar moet op dezelfde wijze worden uitgevoerd als het werk.

Vocht en beweging

Meet vocht met een methode die past bij ondergrond en afwerking en beoordeel ook de bron: restvocht, optrekkend vocht, lekkage of condens. Leg vast welke voegen en bewegende scheuren worden doorgezet. Het star overlagen van actieve beweging verplaatst het probleem naar de nieuwe afwerking.

Werkplan

Vertaal de bevindingen naar een vakgericht werkplan met verwijderingsdiepte, reparaties, mechanische methode, stofbeheersing, primer, laagdikte, klimaatgrenzen, wachttijden en controles. Laat systeemleverancier en uitvoerder schriftelijk bevestigen dat de gekozen opbouw bij de vastgestelde ondergrond past.


Bronnen en status

Laatst inhoudelijk gecontroleerd: 8 augustus 2026.

Testmethode en acceptatiecriteria moeten worden afgestemd op de concrete vloeropbouw en actuele productdocumentatie.