Bij calciumsulfaatgebonden gietdekvloeren is een beheerste droging en betrouwbare vochtbeoordeling essentieel. Een droog oppervlak of een lage indicatieve meterwaarde op één plek geeft onvoldoende zekerheid voor de hele vloer.
Van beschermen naar drogen
De jonge vloer moet eerst volgens het productsysteem tegen schadelijke klimaatinvloeden worden beschermd. Daarna vraagt droging om passende temperatuur en afvoer van vochtige lucht. Ventileren werkt alleen wanneer vocht daadwerkelijk naar buiten wordt afgevoerd; circuleren van dezelfde vochtige lucht is onvoldoende.
Risicozones
Verdikkingen, lage temperaturen, gesloten ruimtes en zones boven vochtige constructies drogen langzamer. Ook lekkage of natte werkzaamheden kunnen een al gedroogde vloer opnieuw belasten. Maak daarom een meetplan op basis van plattegrond, laagdikte, klimaat en leidingverloop.
Meetmethode
NEN-EN 13892-10:2025 beschrijft de calciumcarbidemethode voor cement-, calciumsulfaat- en magnesietgebonden dekvloeren volgens EN 13813. Spreek naast de methode ook monstername, meetlocaties, conditionering en vereiste waarde af. Houd rekening met leidingen en gebruik beschikbare installatietekeningen of detectie voordat materiaal wordt genomen.
Geen universele grenswaarde
De toelaatbare vochttoestand hangt af van vloerafwerking, lijm, primer, egalisatie, gebruik en meetprocedure. Een getal zonder eenheid, methode en productsysteem is niet bruikbaar. Laat conflicterende voorschriften vóór verlijming schriftelijk oplossen door de betrokken systeemleveranciers.
Rapportage
Noteer datum, plaats, diepte of monstername, apparatuur, kalibratie, vloer- en luchttemperatuur, relatieve luchtvochtigheid, verwarmingsstatus en resultaat. Zo kan later worden vastgesteld waarop de vrijgave was gebaseerd.
Bronnen
Bronnen en normstatus gecontroleerd op 8 augustus 2026. Dit artikel noemt bewust geen generieke vochtgrens: die is alleen betekenisvol in combinatie met meetmethode en afwerksysteem.